Ons verhaal

Op iedere boerderij werden er vroeger in Zeeland babbelaars gemaakt; een ware traktatie. De ingrediënten waren immers overal voorhanden; boter, suiker azijn en water. Ieder eiland had weer een ander naam voor de babbelaar: smousje, plakje, spekjes, blokje, kokkiene en kussentje. Babbelaar komt van ‘babbelen’; aanhoudend praten en ‘de kaken bewegen’. Zeer geschikt voor een snoepje dus. Bij het tweede kop koffie of thee werd een babbelaar geserveerd. Daardoor bleef men lang ‘babbelen’. Suikerbakkers gingen dit snoepje ook bakken en verkopen. Eerst in glazen stopflessen, daarna in de bekende blikjes met afbeeldingen van klederdracht er op. Als enige bakt JB Diesch nog steeds deze lekkernijen.

JB Diesch

JB Diesch en de babbelaar zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al vanaf 1892 bakt deze familie de babbelaar en het recept werd van vader op zoon overgedragen. Eerst in een winkel aan de Herenstraat, daarna vanuit een winkel aan de Lange Burg en vervolgens, na de tweede wereldoorlog, in de bakkerij achter de winkel aan de Markt van Middelburg. Die winkel is in de originele staat bewaard gebleven. De bakkerij werd verplaatst naar Koudekerke, daar worden de JB Diesch babbelaars nog steeds gebakken.

1820 - De suikerbakker

Even een stukje geschiedenis; het verhaal van JB Diesch begint namelijk al in 1820! Toen openende Cornels Felix Diesch, oorspronkelijk afkomstig uit Zwitserland, een winkel in suikerwerken aan de Herenstraat te Middelburg. Of hij daar al babbelaars maakte en verkocht dat kunnen we niet met zekerheid zeggen, wel dat daar de basis werd gelegd voor het bedrijf JB Diesch dat nu nog steeds Echte Zeeuwse Boterbabbelaars maakt.

1892 - Een belangrijk jaartal

Wat we uit de overlevering zeker weten is dat JB Diesch sinds 1892 babbelaars bakt en verkoopt. Vanuit hun bakkerij “In den Zoeten Inval” genaamd, kookten ze de babbelaars zoals dat nu nog steeds gebeurt. Ze worden met goud bekroond. Diesch koopt in 1924 tweedehands machines, die oorspronkelijk uit 1800 stammen, om de babbelaars mee te maken. Die worden nog steeds gebruikt bij het ambachtelijk vervaardigen van de babbelaars.

Op het schild dat vroeger aan de winkelpui hing staat;

“In t quaet te vallen is eerst zoet.

Doch het verandert ras in roet

Maar deze inval kan yder geryven

Gy geeft geld ik waar

Elk kan hier eerlyk blyven”

Hetgeen zoveel wil zeggen als “eerlijk duurt het langst” En eigenlijk geldt deze spreuk na al die jaren nog steeds!

 

1925 - Het eerste blikje

De laatste JB Diesch volgde zijn over overgrootvader in 1925 op en zat destijds met zijn winkel aan de Lange Burg. Grote stopflessen vol handgemaakte babbelaars stonden op de toonbank.  In 1925 komt het eerste blikje met de afbeelding van een boerin in Zeeuwse Klederdracht op de markt, waarin de babbelaars verpakt worden. Een groot succes bij Zeeuwen, toeristen en verzamelaars. De etalage van JB Diesch schijnt door een aantrekkelijke uitstalling van de blikjes, zeker rond de feestdagen, een ware publiekstrekker te zijn geweest.

1940 - De noodwinkel

Op 10 mei 1940 wordt het centrum van Middelburg zwaar gebombardeerd. In 1945 betrekt JB Diesch eerst een noodwinkel en daarna een geheel nieuwe winkel aan de Markt. Daar zit nog steeds een winkel van JB Diesch met, hoe kan het ook anders, veel babbelaars, blikjes en inmiddels ook de  verschillende JB Diesch chocoladerepen. De zaak wordt in 1964 over gedaan aan de familie Christiaansen. Bas Christiaansen is nog steeds de babbelaar bakker en kookt in de bakkerij te Koudekerke op een ambachtelijke manier nog steeds de babbelaars.

2011 - Een nieuwe wind

In 2011 neemt Wouter Nolen het bedrijf van Bas Christiaansen over. Er komen nieuwe innovaties; nieuwe blikjes en repen chocolade zoals de JB Diesch reep met stukjes babbelaar die meteen een doorslaand succes zijn. Niet alleen door de combinatie van de volle Belgische Fairtrade chocolade en de stukjes echte babbelaar; het nieuwe logo van een Zeeuws meisje wat er op staat is ook aantrekkelijk en herkenbaar. Daarnaast komen er HeartBreak repen op de markt die internationaal aanslaan. De Zeeuwse Hartjes repen met een boerenbonten verpakking zijn vooral in Zeeland erg gewild. Het blik dat in 2013 uitkomt ter ere van de kroning van Koning Willem-Alexander en Koningin Maximà, is een collectors item.

Nu

In september 2018 schrijft JB Diesch een wedstrijd uit onder leerlingen van Food Lab Zeeland by Scalda om ‘de Zeeuwse babbelaar van de toekomst’ te ontwikkelen en komt er in oktober een ‘Limited Edition’ blikje op de markt. Ook de website wordt geheel vernieuwd. Tegelijkertijd verschijnt er een boek over de Zeeuwse babbelaar met, naast verhalen over de bakkers die vroeger in Zeeland blikjes met babbelaars maakten en verkochten, herinneringen van mensen die op de blikjes van weleer staan afgebeeld en diverse recepten van Zeeuwse chef-koks en de (winnende) recepten van de Food Lab Zeeland leerlingen.

 

De Babbelaar

Het precieze recept van de babbelaar van JB Diesch is een goed bewaard geheim. Wat er in ieder geval in zit is suiker, een flinke klont roomboter, glucosestroop, zout en water. Regelmatig geurt het in Koudekerke, waar de bakkerij staat, naar karamel. Mensen komen dan maar wat graag aan de deur om een nog warme babbelaar te proeven.

De machines van JB Diesch, waarin de babbelaars nog steeds worden gekookt, werden in 1924 tweedehands aangeschaft maar stammen al uit 1800. Ze doen hun werk nog goed en geven het proces in de bakkerij van Koudekerke een echt ambachtelijk uiterlijk.