Historie

In 1892 vestigde de Zwitserse heer J.B. Diesch zich als suikerbakker aan de Lange Burg. Hij specialiseerde zich al snel in de boterbabbelaar. In 1925 volgde zijn zoon hem op. Diens huwelijk bleef kinderloos en zo kwam het dat de familie Christiaansen rond de jaren vijftig met de receptuur van de heer Diesch de fabricering van de met goud bekroonde boterbabbelaar mocht voortzetten.

In den zoeten inval 1927

Als sinds 1892 wordt de babbelaar met de hand vervaardigd. Tot ongeveer 1925 werd er alleen losse handel gedreven, die in zakken of in stopflessen per beurtschip werden verscheept. In 1925 kwam het eerste blikje op de markt.

Waar komt de naam ‘babbelaar’ vandaan?

De Zeeuwse bevolking noemde de babbelaar vroeger een ‘spekje’. Het was gebruikelijk dat het eerste kopje thee of koffie met suiker en een koekje werd geserveerd en het tweede met een babbelaar. Soms werd er dan gezegd: ‘Is de babbel nog niet uit? of: ‘Die babbelaars van jullie blijven maar zitten’, wanneer er heel lang koffie gedronken werd. Zo is de naam babbelaar ontstaan. Vroeger werd deze lekkernij ’s zaterdags op iedere boerderij klaargemaakt.

Hoe herken je een echte boterbabbelaar?

Bekijk de babbelaar maar eens goed. Je hebt pas de echte Zeeuwse babbelaar van de firma J.B. Diesch te pakken, wanneer er de initialen J.D. in staan. Behalve dat het natuurlijk heel lekker is, staat de boterbabbelaar van oudsher bekend om een verzachtende werking bij keelklachten.